Reactie NPO op verzoek ledenomroepen over Ongehoord Nederland

De ledenomroepen verzochten de NPO in juni 2026 om de minister op te roepen passende maatregelen te nemen tegen Ongehoord Nederland (ON!). Om aan dit verzoek te voldoen, geldt dat de raad van bestuur moet beoordelen of een omroep onvoldoende uitvoering geeft aan de bereidheid tot samenwerking binnen het publieke bestel. De samenwerking met de omroepen lijkt op inhoud vast te lopen, terwijl de NPO de naleving van de Code Journalistiek Handelen niet mag betrekken in haar afweging. Het staat voor de NPO op dit moment niet vast of er voldoende juridische grondslag is voor het indienen van een verzoek tot intrekking van de voorlopige erkenning van ON!. Tegelijk ziet de NPO geen mogelijkheden meer om de samenwerking verder te verbeteren. De NPO heeft de minister hierover vandaag geïnformeerd.
De ledenomroepen hebben op 5 juni 2026 een verzoek bij de NPO neergelegd naar aanleiding van het evaluatierapport Focus op Kernwaarden. Daarin vragen zij de NPO om de minister op te roepen passende maatregelen te nemen binnen de wettelijke mogelijkheden richting Ongehoord Nederland. De NPO heeft het verzoek van de ledenomroepen in beraad genomen en heeft zorgvuldig afgewogen wat voor de NPO de mogelijkheden zijn. In dit artikel leggen we uit waarom niet vaststaat of er voldoende juridische grondslag is om de wettelijke instrumenten in te zetten die de NPO ter beschikking staan.
De Evaluatiecommissie NPO heeft met zijn rapport aangegeven dat Ongehoord Nederland een bijdrage heeft geleverd aan het vergroten van de pluriformiteit van het media-aanbod van de publieke omroep. Tegelijkertijd ligt er een stevig oordeel op tafel van diezelfde commissie over de journalistieke kwaliteit, de wijze waarop ON! omgaat met verbeterpunten en het respecteren van uitspraken van instituties als de ombudsman van de publieke omroep. De commissie wijst erop dat ON! geen beginnende omroep meer is en dat er geen sprake lijkt te zijn van lerend vermogen. Hierdoor staan de kernwaarden kwaliteit en betrouwbaarheid van de publieke omroep als geheel onder druk.
Ook signaleert de evaluatiecommissie een hiaat in het toezicht op het media-aanbod. De Ombudsman kan inhoudelijk de journalistieke kwaliteit beoordelen van programma’s, maar niet sanctioneren. Het CvdM kan wel sanctioneren, maar de inhoud van programma’s vallen onvoldoende onder haar toezicht. De NPO kan ook sanctioneren, maar de Code Journalistiek Handelen is geen onderdeel van de opsomming van kaders voor sturing en bevordering van samenwerking binnen de mediawet. De commissie concludeert dan ook dat het systeem als geheel niet functioneert en dat de instrumenten binnen de huidige mediawet ontoereikend zijn.
Die lacune speelt bij het verzoek van de ledenomroepen een belangrijke rol. De ledenomroepen hebben middels hun gezamenlijke brief aangegeven dat de acties en opstelling van ON! de publieke omroep schade berokkenen en samenwerking ernstig bemoeilijken. De NPO constateert dat vrijwel alle belemmeringen in de samenwerking zijn terug te voeren op het onvoldoende naleven van de Code Journalistiek Handelen door ON!. De NPO kan het naleven van de code niet meewegen bij de vraag of er sprake is van (on)voldoende samenwerkingsbereidheid bij ON!, aldus de staatssecretaris in het besluit van 2023. De staatssecretaris heeft in 2023 ook aangegeven dat het toezicht op de naleving van de journalistieke kwaliteitseisen belegd is bij het Commissariaat voor de Media. Het commissariaat staat daarover in contact met ON!.
We constateren dat er sinds 2023 door alle betrokken partijen stappen zijn gezet om de onderlinge samenwerking te verbeteren. Dat heeft op persoonlijk niveau een positief effect gehad; ook heeft ON! diverse maatregelen getroffen. Helaas moeten wij constateren dat het verschil van inzicht op inhoud blijft bestaan en dat de inspanningen er niet voor hebben gezorgd dat omroepen nader tot elkaar gekomen zijn. Dit maakt niet alleen de huidige samenwerking ingewikkeld, maar roept ook zorgen op voor de toekomst. Het beoogde nieuwe omroepbestel vereist een veel intensievere samenwerking, zowel binnen de te vormen omroephuizen als tussen omroephuizen. Er zijn veel pogingen gedaan; geen van alle succesvol. We kunnen partijen steeds weer bij elkaar aan tafel zetten, maar aangezien dergelijke gesprekken in de afgelopen jaren nergens toe hebben geleid, achten we dat niet langer zinvol.
Alles overwegende staat voor de NPO op dit moment niet vast of er voldoende juridische grondslag is voor het indienen van een verzoek aan de minister tot intrekking van de voorlopige erkenning van ON! of het opleggen van een sanctie. Tegelijk ziet de NPO geen mogelijkheden meer om de samenwerking verder te verbeteren, met name waar het gaat om wat het beoogde nieuwe bestel van de omroepen vraagt. Wij kunnen niet anders dan de minister deelgenoot te maken van deze status quo en hebben dat vandaag gedaan.