Talent Masterclass Korte verhalen schrijven

Wouter Rozema

Vertel kort iets over jezelf

Ik ben Wouter, al hou ik ervan als mensen me Wout noemen, net zoals ik zo'n beetje iedereens naam afkort. Zo kort van stof ben ik niet in het schrijven. Schrijven is mijn grootste passie: ik doe het al zolang als ik kan herinneren, en in elke denkbare vorm. Als Hebban-redacteur verdiep ik me elke dag in de boeken van anderen, maar zelf ben ik ook altijd bezig met een nieuw passieproject. Zo debuteerde ik met een eigen queer romance serie, en werk ik momenteel aan een hervertelling van de queer mythe tussen Zeus en Ganymedes. Verder hou ik van mijn vriendje, oesters, kringloopvondsten en een goed gesprek onder een heater (liefste in Parijs).

Wat motiveert je om mee te doen?

Ik vind het altijd een grote uitdaging om een kort verhaal te schrijven. Mijn eerste versie is vaak (veel) te lang. Toch weet ik dat ik er aanleg voor heb. Ik stond een keer op de longlist van de Lowlands Verhalenwedstrijd, en won in 2024 de Schrijfwedstrijd van CPNB rondom de Boekenweek. Dat diende als motivatie om me voor deze masterclass aan te doen. Wat ik vooral wil leren, is welke details je weg kan laten, zonder dat het verhaal onduidelijk wordt. En mijn korte verhalen hebben vaak een bepaalde spanning die ze met zich meenemen. Maar begin je daar gelijk al mee? Of wacht je tot halverwege? Daarnaast eindig ik korte verhalen vaak open - en ik ben nieuwsgierig of er manieren zijn om een verhaal toch af te ronden binnen de woordenlimieten.

Hoe zou je je werk omschrijven?

Ik baseer vaak mijn verhalen op allerlei verschillende, kleine elementen die ik om me heen zie, meemaak of opvang. Dit verhaal begon met een graffiti-tekst waar ik deze zomer langs liep en die sprak over verliefd worden. Die tekst bleef me bij. Ik was nieuwsgierig: wie schrijft de tekst? En gericht aan wie? Vaak is graffiti gericht (voor mijn gevoel) op de samenleving en niet op één persoon. Ik probeerde me te verplaatsen in iemand die de tekst zag, en er juist géén fijn gevoel bij zou krijgen. Dat koppelde ik aan een woord dat juist heel onschuldig lijkt (snuitje). Ik vind het belangrijk om niet te inhoudelijk te zijn over wat er zich precies tussen de ik-persoon en diens ex Ludwig is voorgevallen. Zo kun je als lezer je eigen invulling creëren. Bovendien heb ik erop gelet dat ik de ik-persoon geen man én geen vrouw maak, en ook niet bij naam noem. Zo hoop ik dat de lezer sneller zichzelf visualiseert bij de tekst; daarmee wil ik creëren dat de lezer als het ware in de huid kruipt van de hoofdpersoon.

Bekijk Masterclass

Trailer Masterclass Music Production met Legowelt en Justin Verkijk