Onderzoek naar geroofd Joods vastgoed na aansporing programma

Het onderzoeksprogramma Pointer (KRO-NCRV) heeft in de afgelopen zes jaar ruim 170 gemeenten geconfronteerd met informatie over de roof van Joods vastgoed tijdens de Tweede Wereldoorlog binnen hun grenzen. Naar aanleiding daarvan doen 103 gemeenten, waar het aantal onteigende of door de gemeente aangekochte Joodse panden tien of meer bedroeg, daadwerkelijk onderzoek.
Pointer baseerde zich op de zogenoemde Verkaufsbücher (vastgoedboeken), die in het Nationaal Archief zijn bewaard. Daarin staan de gemeenten genoemd waar tijdens de oorlog roofhandel in Joodse woningen en stukken grond heeft plaatsgevonden.
De 103 gemeenten analyseren of er bijvoorbeeld rechtsherstel heeft plaatsgevonden, of de gemeente onterecht belasting heeft geheven aan terugkeerders, of dat nabestaanden en ambtenaren na de oorlog wel coulant en empathisch genoeg zijn geweest in de procedures. Die rapporten leveren voor nabestaanden vaak antwoord op de vraag wat er met hun familiebezit tijdens en na de oorlog is gebeurd.
Van excuses tot herdenking
In enkele gemeenten leiden de conclusies van de rapporten tot excuses aan de Joodse gemeenschap. Veertien gemeenten gaan een stap verder door geld beschikbaar te stellen voor onder meer educatie, renovatie van Joods erfgoed en individuele claims van nabestaanden. In totaal beloopt dat inmiddels een bedrag van 2,7 miljoen euro. De gemeente Hellendoorn kiest voor een andere vorm: daar wordt sinds 2024 een jaarlijkse herdenking op 29 januari gedaan naar aanleiding van de Joodse woningroof.


