Tip van Naomi Ronner

De Meestergids: 3 bijzondere zalen in het Drents Museum

In deze vijfde aflevering van De Meestergids (NTR) sta je in het Drents Museum. Hier in Assen begon het museum in 1854 met een vitrinekast vol archeologische vondsten uit de regio. Inmiddels herbergt het bijna 100.000 objecten: van hunebedvondsten en Romeinse muntschatten tot hedendaags realisme en internationale publiekstrekkers als Frida Kahlo en het Terracottaleger van Xi’an. Het leukste aan het Drents Museum? Tastobjecten, soundscapes, geuren en interactieve spellen maken van het museum een doolhof waar verdwalen de bedoeling is. Met Labyrinthia, de vaste collectiepresentatie van het museum, stap je niet van tijdperk naar tijdperk, maar ligt alles eclectisch door elkaar. Achter elke deur wacht iets anders: een prehistorische kano, een veenlijk of een schilderij van Van Gogh. Tussen de vijftien zalen zijn er drie die er uitspringen. Verdwaal even mee.

1. Het Meisje Van Yde (19-06-1897)

Op 12 mei 1897 stuiten twee veenarbeiders bij het Drentse dorp Yde op iets wat ze daar nooit hadden verwacht te vinden. Terwijl ze veenmodder uit een veentje scheppen, slaat een doodgewone werkdag plotseling om in iets lugubers: ze halen resten van een menselijk lichaam omhoog! De mannen schrikken zo hevig dat ze denken de duivel te hebben gevonden.

 

Het lichaam van de duivel was het niet, maar wel van een meisje van ongeveer zestien jaar oud, dat bijna tweeduizend jaar eerder leefde, ergens tussen 42 v.Chr. en 59 n.Chr. Onderzoekers denken dat zij als mensenoffer naar het veen werd gebracht. Rond het begin van onze jaartelling leefden de bewoners van Drenthe in een wereld vol onzekerheden. Ziekten, misoogsten en oorlogsdreiging vormden de alledaagse realiteit en werden vaak toegeschreven aan bovennatuurlijke krachten. Om goden gunstig te stemmen werden offers gebracht: van voedsel en dieren tot kostbare voorwerpen en soms zelfs mensen!

 

Moerassen, beekdalen en venen speelden binnen deze griezelige religieuze traditie een belangrijke rol. Het waren mysterieuze landschappen, plekken tussen land en water, tussen het bekende en het onbekende. Hier kwamen mensen dichter bij de goden, althans, dat was het idee. Na een gewelddadige dood door toedoen van haar medemens werd ook het Meisje van Yde hier achtergelaten als offer. Dankzij het zure, zuurstofarme veen bleef haar lichaam bijna tweeduizend jaar bewaard. 

Meisje van Yde NPO Cultuur
Foto: Drents Museum

2. Zaal van de Offers (3500 voor Christus - 1600 na Christus)

In de zaal van de Offers draait alles om één vraag: wat zou jij bereid zijn op te offeren? Gelukkig waren het niet alleen mensen en dieren die aan de goden werden geofferd; ook kostbare en alledaagse voorwerpen waren voor de goden. Wagenwielen, sieraden en werktuigen; alles wat hier ligt, werd ooit geschonken uit dankbaarheid, angst of vanuit de hoop op bescherming.

 

Opvallend is dat sommige voorwerpen eerst met opzet werden beschadigd voordat ze hun weg naar het veen vonden. Neem het Zwaard van Echten uit de Midden-Bronstijd, tussen 1575 en 1475 voor Christus. Een zwaard was in die tijd een van de meest prestigieuze bezittingen die je kon hebben. Toch werd zelfs zo’n kostbaar bezit eerst onbruikbaar gemaakt en vervolgens achtergelaten in de natte grond.

 

Waarom zou je iets waardevols eerst vernietigen om het vervolgens te offeren? Dat blijft een mysterie. Mogelijk stond de beschadiging symbool voor de dood van het zwaard zelf, dat als het ware uit de wereld van de levenden werd gehaald en aan de goden werd gegeven. Maar helemaal zeker weten onderzoekers dat niet.

Wagenwiel NPO Cultuur
Foto: Drents Museum
Zwaard van Echten NPO Cultuur
Drents Museum

3. Zaal van de Smaak (Circa 1970 - heden)

Smaak is ingewikkeld. Je ontwikkelt het, vaak zonder dat je het doorhebt. Het verandert en wordt voortdurend opnieuw gevormd door de mensen, plekken en beelden om je heen. Toch eindigen discussies over smaak maar al te vaak bij de simpele tegenstelling tussen ‘goede’ en ‘slechte’ smaak. Je kent vast die ene meme van de alien met een sigaret tussen zijn lange, dunne vingers: But is it art? 

 

In de jaren vijftig en zestig waren veel kunstcritici ervan overtuigd dat abstracte kunst tot de categorie ‘goede smaak’ behoorde. Sterker nog, abstracte kunst was de toekomst. Wie nog al te herkenbaar schilderde, kon rekenen op weinig enthousiasme. De Noordelijke Figuratieven, ook wel de Noordelijke Realisten, trokken zich daar weinig van aan. Zij verzetten zich tegen de opmars van een kunstwereld waarin steeds meer ruimte was voor abstractie. Vakmanschap, goed kijken en technische beheersing mochten wat hen betreft niet verloren gaan. Dus bleven zij modellen tekenen, stillevens schilderen en de werkelijkheid zo nauwkeurig mogelijk op het doek zetten.

 

In de jaren zeventig werden kunstenaars binnen deze stroming weggezet als ouderwets of saai. Zo ook Matthijs Röling. Het sprookjesachtige plafondschilderij De sterrenhemel uit Café De Eenhoorn, dat Röling in 1983 samen met Wout Muller maakte, bewijst het tegendeel! Een stier, een stoel, ruïnes, lege flessen en zelfs een schildpad met de tekst ‘New York’ op zijn torso zweven door de lucht als in een soort astrologische droom. 

De sterrenhemel uit Café De Eenhoorn NPO Cultuur
Foto: Drents Museum

4. Zaal van de Verwondering (Verzameling van spullen door de eeuwen heen)

Van familiefoto’s tot verjaardagskaarten en vakantiesouvenirs: we hechten sentimentele waarde aan spullen. Maar waarom doen we dat eigenlijk? In de Zaal van de Verwondering sta je stil bij deze eeuwenoude menselijke traditie van verzamelen. Boven je hangt een monumentale kroonluchter. Op een van de planken ligt een stenen hoofd met een beladen koloniale geschiedenis. Aan de muur hangt een schilderij dat je terugbrengt naar het negentiende-eeuwse Assen. En ergens daartussen staat een klein zilveren schild dat het verhaal vertelt van een Joodse gemeenschap uit Coevorden.

 

Het Thoraschild van Coevorden is een klein, mooi stukje zilver, bedoeld om een Joodse thorarol mee te versieren. Het werd in 1919 geschonken aan de synagoge van Coevorden, overleefde de vernietiging van de Joodse gemeenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog, belandde uiteindelijk in de Verenigde Staten en keerde in 2021 weer terug naar Drenthe.

 

Het is een klein voorwerp met een enorme geschiedenis. Het herinnert aan een gemeenschap die er niet meer is en roept een ongemakkelijke, maar interessante vraag op: wat gebeurt er met spullen wanneer de mensen voor wie ze ooit betekenis hadden er niet meer zijn?

 

Simone de Beauvoir beschrijft dat gevoel prachtig in Een zachte dood, over de laatste levensfase en het overlijden van haar moeder. Na haar dood struint De Beauvoir door haar spullen: een schaar, een onafgemaakt stukje haakwerk. Ogenschijnlijk alledaagse voorwerpen, die opeens een gewicht krijgen omdat de persoon die ze gebruikte er niet meer is. Ze schrijft: 

 

“Everyone knows the power of things: life is solidified in them, more immediately present than in any one of its instants.”

Het Thoraschild van Coevorden NPO Cultuur
Foto: Drents Museum

Benieuwd geworden? In De Meestergids (NTR) vanuit het Drents Museum hoor je meer! Je ziet de aflevering vanavond om 20:25 uur op NPO 2 en gelijk daarna op NPO Start. 

Je ziet De Meestergids (NTR) op NPO Start

De Meestergids 2026
De Meesterigds kijk je op NPO Start.

De Meestergids: 3 bijzondere zalen in het Drents Museum

Meer NPO Cultuur