Tip van Alma Mathijsen
Alma's Boekencolumn: Je zit op een stoel
Terwijl ik de roman Je zit op een stoel las, zat ik, je raadt het niet, op een stoel. Ik ben twaalf keer van houding verwisseld, ik ben twee keer naar de wc geweest, ik heb drie crackers met hüttenkäse gegeten, ik moest een keer een paar pagina’s terugbladeren omdat ik was afgedwaald, ik heb twee keer uit het raam gestaard, ik heb vijf keer aan het eelt op mijn linkerteen geplukt en stoorde me vier keer aan de bromvlieg die cirkels langs het plafond trok.

Dat laatste heb ik gemeen met het naamloze hoofdpersonage uit de eerste roman van Bob Vanden Broeck. Eerder publiceerde hij een poëziebundel die bekroond werd met de Poëziedebuutprijs en de Debutantenprijs. Zijn prozadebuut, dat 117 bladzijdes beslaat, leest als een alledaagse koortsdroom. Een situatie waar we allemaal zonder het daadwerkelijk door te hebben in verkeren. De lezer wordt in de tweede persoonsvorm toegesproken:
Je houdt de vlieg nauwlettend in de gaten, je observeert hoe de vlieg cirkels beschrijft en je wil de vlieg helpen door een raam op kiep te zetten maar de vlieg blijft door de ruimte cirkelen, blijkt cirkels beschrijven, steeds opnieuw dezelfde cirkel, en omdat de vlieg dezelfde cirkel blijft beschrijven begint de vlieg je te vervullen met haat, met medelijden, en misschien wil de vlieg niet ontsnappen,
Soms zie ik een personage voor me, een figuur op een stoel die onmogelijk kan opstaan, die het niet lukt om mee te doen aan het leven, maar uitsluitend kan fantaseren over hoe het zou zijn om op te staan. Om daarna ervan overtuigd te raken dat de lezer wordt aangesproken: Ik ben het zelf die op een stoel zit en niets anders kan dan reiken naar alles wat me wordt voorgehouden ook al kan ik het nooit bereiken:
echte reizigers zitten op een stoel, op een stoel zitten echte reizigers, ze zitten op een stoel, op een stoel, op een stoel.
Wat een heerlijk vreemd en tegelijkertijd volstrekt normaal boek is Je zit op een stoel. Het werd hoogtijd dat iemand zich eens verdiepte in een activiteit die we allemaal zo vaak uitvoeren: zitten. We bevinden ons een generiek kantoor. Zelfs freelancers kunnen zich een voorstelling maken van de systeemplafonds, muismatten, kiepramen en koffiemokken met theeaanslag. Tijdens het lezen voelde ik me simultaan opgesloten en vrij. Wat me precies verteld werd, kan ik niet vatten en juist dat maakt me opgewekt. In een interview met Bob Vanden Broeck in De Groene Amsterdammer las ik:
‘We leven in zulke ontwrichtende, overprikkelende, waanzinnige tijden. Maak dan waanzinnige boeken! [...] Ik wil dat boeken me juist vatbaar maken voor de tegenstrijdigheden in de wereld.’
Ik geloof dat dat precies is wat Je zit op een stoel met me heeft gedaan. Ik kan nu opstaan, het boek is uit, maar toch blijf ik nog heel even zitten.




