Tip van Rachel Pouwer
Dichter Asmae Amaddaou: “Ik sta in Carré. Het grootste optreden van mijn leven.”
Op het podium van Carré, nog voordat de zaal zich vult met ruim 1700 mensen en het licht straks dooft, kijkt Asmae Amaddaou (24) bijna ongelovig de lege zaal in en lacht. “Ik sta in Carré. Ik sta in Carré. Het grootste optreden van mijn leven. Dit voelt gewoon als the place to be.” Er klinkt bravoure in door, maar ook oprechte verwondering. “Pas over twintig jaar gaan we dit weer opnieuw doen.” Dat het bijzonder is, weet ze zelf ook. “Ik ben zó dankbaar. Ik heb er zo veel zin in.”

“Poëzie moet je live horen”
“Ja, ik heb honger. Dat is de grap. Maar ik weet ook dat ik niks ga eten, want er gaat nu ook gewoon niks in mijn lijf komen.” Amaddaou lacht terwijl ze het zegt. Ze kent haar zenuwen en werkt er inmiddels samen mee. Maar die spanning wordt niet groter dan het plezier. Integendeel. “Ik heb ook zin om te genieten van de andere dichters op het podium. Gewoon in het moment te zijn. En het komt ook echt wel goed vanavond.”
Voor Amaddaou is poëzie geen genre dat stil in een boek hoeft te blijven liggen. “Voor mij is poëzie echt een genre om voor te dragen. Iets dat mensen live moeten horen. Dat moet bewegen.” Wat haar aantrekt in optreden, zit juist in die gedeelde seconde tussen maker en publiek. “Het is ook gewoon heel leuk mijn tekst hardop te mogen voordragen voor zoveel mensen. Mensen die jou helemaal niet kennen, mensen die niks met jou gemeen hebben, die nu opeens jouw woorden gaan horen. Dat is gewoon een eer, weten dat mensen van een bepaalde periode aan jou gaan luisteren. Wat je ook gaat zeggen.”

Het podium als verantwoordelijkheid
Voor vanavond heeft Asmae Amaddaou vier gedichten gekozen en opnieuw in elkaar gezet tot één doorlopend werk van zeven minuten (vanavond de maximale spreektijd per dichter). Geen losse voordrachten, maar één stroom. “Ik heb ze door elkaar heen gekopiëerd en geplakt, zodat ik gewoon zeven minuten lang kan praten en het eindigt met applaus.” In die zeven minuten wil ze meer doen dan mooi klinken. “Het gaat over immigratie. Het gaat over hoe het was om op te groeien in een land post 9/11. Het gaat over racisme.” Maar ook over iets persoonlijkers en pijnlijkers. “Ik stel heel veel vragen over hoe ik wel een goed immigrantkind kan zijn. Wat ik daarvoor moet doen.”
“Ik voel altijd ook een verantwoordelijkheid als ik op een podium stap. Wat ga ik nu zeggen? Wat is het meest belangrijke wat ik nu te vertellen heb? Wat is de boodschap die ik nu graag wil delen?” Spreken voelt als ruimte maken. “Dus onderwerpen zoals Palestina, zoals mijn identiteit, wil ik aankaarten. Wetende dat ik nu de kans heb om iets te zeggen.”

“Mijn bundel is heel erg ik geworden”
In mei verschijnt haar debuutbundel Brand lieverd brand (uitgeverij De Bezige Bij). De titel alleen al klinkt als vuur dat niet netjes binnen de lijnen blijft. De inhoud evenmin. “Ik denk dat de korte samenvatting is: een ode aan de vormen die geweld en liefde aannemen in de diaspora.” Vervolgens stapelt ze de thema’s op alsof ze weigert zich te laten inkaderen. “Onderwerpen zoals immigratie, god, klassen, genocide. Maar ook snackbars en lijpe dingen en voetbal.” Voetbal, natuurlijk. “Altijd voetbal.”
Toch draait het boek niet om losse onderwerpen, maar om een wereldbeeld. “Het gaat vooral heel erg over hoop hebben. En liefde. Mijn definitie van liefde is ook gewoon altijd kritisch blijven. Want ik wil dat we allemaal beter worden. En ik wil dat de wereld gaat helen. En daarvoor moet je ook de ongemakkelijke en heftige dingen bespreken.” Dan vat ze het zelf het mooist samen. “Het is heel erg ik geworden. Al mijn identiteiten. Al mijn passies. Al mijn liefde. Al mijn zorgen. Het heeft allemaal daar plaatsgevonden.”
Lievelingswoord
Aan het einde stel ik Amaddaou nog één vraag: wat is je lievelingswoord? Eerst maakt ze een grap, daarna wordt het stil in haar hoofd. Dan komt het antwoord langzaam en precies. “Ik denk verlangen.” Ze legt uit waarom. “Ik ben heel erg de laatste tijd bezig met waar ik naar verlang. Zowel in mijn carrière als gewoon in het leven. Waar verlang ik naar? Wat wil ik? Wat verlangen mensen van mij?” Het woord blijkt twee kanten op te werken: naar binnen en naar buiten. “Ik vind verlangen wel heel mooi. Ook heel positief. Het gaat beide kanten op. Ik heb heel veel verlangens. Ik heb heel veel zin in het leven.”
Het hele interview met Asmae Amaddaou zie je in NPO Cultuur op donderdag 14 mei om 21:30 uur op NPO 2 Extra en vrijdag 15 mei om 10:40 uur op NPO 2 en NPO Start!





