Tip van Rachel Pouwer

Performer Nimuë Walraven: “Hoop is iets waar je voor moet werken.”

Het sneeuwt in Groningen. Maar dat is voor nu nog geen probleem want performer Nimuë Walraven hoeft vandaag niet de bühne op. Dit weekend pas weer in Hamburg, waar HOPE van NITE, Club Guy & Roni en Thalia Theater gemaakt en opnieuw te zien is. De voorstelling gaat over een dansgezelschap, een choreograaf en het personeel van een bar die verstrikt raken in machtspelletjes, verzet en paniek. Een poëtische en fysieke voorstelling, waarin alle disciplines moeiteloos in elkaar grijpen.

Fantasie als reddingsboei

Theater is altijd in het leven van Walraven geweest. Spelen begon al als kind. Die liefde werd urgenter toen ze als puber vastliep. “Ik maakte echt een potje van school en alles,” zegt ze. Via een docent vond ze haar weg terug naar het theater en het spelen. “De studie aan de toneelschool was echt een gouden zet voor mij, een reddingsboei. Ik vond opeens het leven ook weer leuk.”

In haar werk lijkt die vroege ervaring van spelen vooral te resulteren in een lichamelijke en intuïtieve vanzelfsprekendheid. Walraven vertelt dat ze zich als maker en speler niet vastlegt. “Ik heb niet echt één methode van werken,” zegt ze. "Elk maakproces vraagt iets anders, zeker bij een productie als HOPE. Ik ben best wel een intuïtieve speler, maar ook een intuïtieve bezoeker. Als ik nu naar voorstellingen kijk, kan ik me er echt in verliezen.” 

Kerstin Schomburg

Hoop als handeling

Walraven: “Wat een productie van NITE zo bijzonder maakt is dat het zo interdisciplinair is.” Acteurs, dansers, zangers en muzikanten delen gelijkwaardig de vloer. “Maar dat schakelen tussen vormen is echt niet altijd simpel,” voegt ze toe. Niet voor het maakproces, maar ook niet voor het publiek. "Juist dat schakelen maakt dat je de voorstelling actief moet bekijken; je moet voortdurend opnieuw positioneren wat je ziet. Als theaterbezoeker kun je niet rustig achteroverleunen."

In HOPE wordt die vorm een spiegel van de inhoud. “We proberen in de voorstelling steeds opnieuw hoop vorm te geven,” zegt Walraven. Die poging is geen geruststelling. “Het geeft geen bevredigende of sluitende antwoorden.” Het is een uitnodiging om ook zelf na te denken over hoop, om niet te consumeren maar te zoeken. Walraven formuleert het helder: “Hoop is iets waar je voor moet werken.”

Die arbeid is fysiek zichtbaar op het toneel. De dansers en acteurs zweten, herhalen, vallen en staan weer op. “Het is keihard werken om maar niet op te geven,” zegt ze. “Die vorm en dat zweet, dat is ook de inhoud. Dat gaat ook over hoop.” HOPE toont hoop niet als emotie, maar als handeling.

Thalia Theater

De samenwerking met het Duitse Thalia Theater bracht Walraven in een ander cultuursysteem. “Het is sowieso een heel groot gezelschap,” zegt ze. En waar NITE voortdurend reist met haar producties, is het Duitse gezelschap juist sterk verankerd. “In Duitsland toeren ze eigenlijk nooit.” vertelt Walraven. “Zij spelen altijd in hun eigen schouwburg in Hamburg. Voorstellingen blijven daar veel langer op het repertoire en het ensemble speelt altijd meerdere voorstellingen tegelijk.” 

“We moesten ons flink aanpassen,” zegt Walraven. Praktisch, omdat de repetities in Hamburg soms alleen ’s ochtends konden plaatsvinden en het gezelschap ’s avonds weer plaats moest maken voor andere producties. Inhoudelijk, omdat er verschillende talen en werkwijzen samenkwamen. “Op een gegeven moment zijn er toch drie talen in de ruimte,” zegt ze, doelend op Duits, Nederlands en Engels. Ook op de vloer voelde ze verschil. “Zij zijn niet zo gewend om meer op die fysieke ingang te nemen en samen te werken met al die disciplines.” Toch was er openheid. “Ik vond ze allemaal super open voor onze Guy Weizman (regisseur) en Roni Haver (choreograaf). En heel enthousiast!”

Kerstin Schomburg

Liefde, macht en blijven bewegen

Walraven speelt een danser die “heel gehavend is van het harde werken” en verliefd wordt. Die liefde is queer, maar dat wordt nergens problematisch gemaakt. “Het is gewoon geen ding,” zegt ze. Hoop zit niet in grote woorden, maar in nabijheid. “Een eerste kus is toch ook echt een van de hoopvolste dingen.” 

In HOPE wordt de culturele sector zelf onderdeel van het verhaal. Macht en hiërarchie in een maakproces worden niet verstopt, maar uitgespeeld. Walraven benoemt hoe herkenbaar dat is. “Het is leuk om dat zo een keer bloot te leggen,” zegt ze. “Hoe we dan met elkaar praten en werken. Juist omdat die omgangsvormen voor makers vaak vanzelfsprekend zijn, werkt het verhelderend om er van buitenaf naar te kijken." De choreograaffiguur (“We’re stuck in a shitty rehearsal. In a shitty piece. In a shitty world that refuses to get better”) in de voorstelling belichaamt die spanning. “Dat ze zo lichtontvlambaar is,” zegt Walraven, “maar ook zo gepassioneerd. Dat dwingende gedrag komt altijd voort uit ontzettend gepassioneerd idealisme.” De voorstelling laat zien hoe snel bevlogenheid kan omslaan in machtsmisbruik. “Met oogkleppen op naar het beste eindproduct,” zegt Walraven.

Aan het einde van de voorstelling valt alles bijna stil. Er is ruimte voor twijfel, voor niet-weten. Walraven verwoordt het eenvoudig. “We weten even niet meer hoe we verder moeten,” zegt ze. En misschien is dat precies wat we doen. Geen antwoord geven, maar blijven proberen. 

De voorstelling HOPE van NITE, Club Guy & Roni en Thalia Theater tourt nog tot en met 29 maart 2026 door het hele land en is regelmatig ook in Hamburg te zien.

Performer Nimuë Walraven: “Hoop is iets waar je voor moet werken.”

Meer NPO Cultuur