Tip van Alma Mathijsen
Alma's boekencolumn: Ook ik haat voetbal
Zodra er een voetbaltoernooi aankomt zeg ik tegen mezelf: dit keer ga ik jullie allemaal inhalen. Wanneer jullie met lauw bier op een smalle picknick bank in een zweterig café zitten, ga ik twintig boeken afschrijven. Terwijl jullie in de rust op een ondergelopen wc waarin het wc-papier in de pis drijft jullie behoefte moeten doen, perfectioneer ik de knapperigste zomersalade. Als jullie de bakstenen op straat moeten ontwijken, haal ik al mijn gemiste slaap in onder krakend schone lakens.

Het mag duidelijk zijn dat ik niet van voetbal hou. Gelukkig ben ik erachter gekomen dat ik niet alleen ben. Want soms kan die hele WK-periode nogal eenzaam aanvoelen voor de voetbalhaters onder ons en dan is het fijn om te weten dat er anderen zijn met eenzelfde afkeer. Zoals Barbi Marković, geboren in Servië, wonend in Wenen, ze schreef de kleine roman Het laatste elftal, in vertaling van Lotte Lentes. Het hoofdpersonage heeft veel gelijkenissen met Barbi Marković zelf. In het boek was de vader van het hoofdpersonage Barbi een voetballegende in Joegoslavië, dat toen nog bestond. Barbi werd haar hele jeugd meegesleept naar het bloedhete stadion, waar ze zag hoe zonen door hun vaders werden klaargestoomd tot supporter:
Dan leren ze wat het wij-gevoel is en dat ze alleen in groepsverband hun stem kunnen laten horen. Dat ze alleen opgemerkt worden als ze zingen voor de club, als ze klappen, onzin uitkramen en op de vuist gaan voor de club. Ze hebben hun eigen choreografieën en spreekkoren, ze zijn een dans- en zangvereniging. Hun liederen zijn waardeloos, een en al haat. De voetballerij drijft op haat. Die haat noemen ze liefde.
Dat laatste zinnetje is steengoed. En precies wat me zo tegenstaat als ik toch verzeild raak in een wedstrijd in een café. Want natuurlijk heb ik ooit meegekeken, de persoon die nog nooit een voetbalwedstrijd heeft gezien, moet ik nog tegenkomen (hoi, ik ben single). De oerklank die gevormd wordt in de ballen, omhuld wordt met slijm en misogynie, in de keel nog wat extra stootkracht krijgt, verlaat bulderend de wijd openstaande mond. Dat koor van mannenkreten jaagt me meer angst aan dan mijn engste nachtmerries.
Toch is het onmogelijk om Het laatste elftal te lezen zonder een bepaalde liefde te ontwikkelen voor de vader van Barbi. Juist omdat hij zich als een atypische voetbalsupporter gedraagt. Hij komt het liefst in het stadion als er helemaal geen wedstrijden gespeeld worden, hij weigert supporter te worden van één club en vraagt de anderen zich in te houden als zijn dochter mee is. De stijl waarmee Marković dat omschrijft is zoals ik van haar gewend ben: totaal nieuw. Ze laat voetbalcommentatoren op zichzelf los:
Mooi. Mooie achtergrondinformatie. Het verhaal knapt er meteen van op. Barbiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii, Barbi Marković, het is ongelooflijk, in het eerste hoofdstuk, in de zesde leesminuut, recht in de kruising.
Het laatste elftal is even treurig als hilarisch. Een geschiedenis van een stervend land vermomd in een kleine roman over voetbal. Geschikt voor haters en als ik eerlijk ben ook voor liefhebbers, omdat dit boek veel groter is dan de simpele afkeer van voetbal.




