Tip van Naomi Ronner
Dolly for president: De countrykoningin voor iedereen
“Wat is de magie van Dolly?” Met die vraag begint de documentaireserie Dolly for president (Omroep MAX). Na een stevig Southern ontbijt trekken zangeres en songwriter Ilse DeLange en presentator Frank Evenblij eerst naar de kerk. Daar begint immers het verhaal van Dolly Parton (80), de geliefde zangeres, songwriter, actrice en zakenvrouw die vorige week overleed.

Al op zesjarige leeftijd zingt ze er gospel. Het is haar eerste kennismaking met een podium. Noten lezen kan ze nog niet, maar met een zelfgemaakte gitaar leert ze zichzelf begeleiden. Het kerkje waar dat allemaal begon, werd later nagebouwd in Dollywood, het pretpark dat volledig in het teken staat van haar leven en carrière.
Die christelijke wortels zijn niet alleen hoorbaar in haar muziek. Naast de duizenden liedjes die ze schreef, zette Parton zich haar hele leven in voor goede doelen. Via haar stichting stimuleerde ze de leesvaardigheid van kinderen en tijdens de coronapandemie droeg ze financieel bij aan onderzoek naar een vaccin. Toch lijkt haar nalatenschap uiteindelijk minder te schuilen in wat ze deed dan in hoe ze zich tot anderen verhield: warm, ruimhartig en opvallend vrij van oordeel.
“Ze heeft humor in alles wat ze doet”, zegt Grammy Award-winnaar Bill Miller in de documentaire. Als Native American groeide hij op in een Cherokee-reservaat, niet ver van Dolly’s geboorteplaats. Voor Dolly is humor meer dan een karaktertrek, benadrukt Miller. Het is een manier om afstand te overbruggen. Daarbij maakte ze zichzelf net zo gemakkelijk onderdeel van de grap als ieder ander.
Haar imago - het uitbundige blonde haar, de strak gesneden, korsetachtige outfits en de zware make-up - werd vaak gereduceerd tot een karikatuur. Toch wist ze die beeldvorming met zelfspot naar haar hand te zetten. “It costs a lot of money to look this cheap”, grapte ze over haar uiterlijk en de vele cosmetische ingrepen waarover zoveel werd gespeculeerd. Achter die humor zat een uitdagende boodschap: wees onvoorwaardelijk jezelf.
Dat ideaal klinkt door in de verhalen van haar fans. Patrick en Harrell, een stel uit Tennessee, verhuisden niet alleen om dichter bij Dolly te zijn, maar bouwden hun huis in de loop der jaren om tot een Dolly-museum. Van jeugdfoto's en pruiken tot beha's: de voorwerpen liggen er uitgestald als relikwieën. Na een rondleiding vertelt Harrell hoe Partons muziek hem uit een zware depressie van zes jaar hielp. De woorden van Better Get to Livin' klinken op zijn lippen als een mantra. Dat Dolly afkomstig is uit een conservatief milieu waarin geen ruimte was voor het homohuwelijk, doet voor hen niet ter zake. “Zij gelooft in jezelf zijn.”

Aan vrijwel iedereen die ze spreken, stellen DeLange en Evenblij dezelfde vraag: zou Dolly Parton president kunnen worden? De titel van de serie verwijst naar een bordje dat vroeger in de pick-uptruck van haar vader hing. “Dolly for President”, stond erop. De dragqueen, de zwarte countryzangeres, de hillbillies en de rednecks: allemaal hoeven ze er nauwelijks over na te denken. Natuurlijk zou ze het kunnen. Niet omdat ze politieke ambities heeft, maar omdat maar weinig publieke figuren erin slagen zoveel verschillende Amerikanen zich thuis te laten voelen in een land dat steeds verder langs politieke en culturele lijnen verdeeld raakt.
Haar liedje Coat of Many Colors, gebaseerd op de jas die haar moeder voor haar maakte van verschillende lapjes stof, vormt misschien wel de mooiste metafoor. Dolly liet een jas achter waarin iedereen een plek lijkt te vinden, hoe verschillend de lapjes ook zijn.




