Tip van Pieteke Dik
Simple Minds: Everything is Possible
Een punkband uit Glasgow, die uiteindelijk een wereldhit scoort met een nummer dat ze aanvankelijk helemaal niet wilden opnemen. De Uur van de Wolf documentaire Simple Minds: Everything is Possible (NTR) neemt je mee door de bijzondere carrière van de Simple Minds, vanaf de jaren ‘80 tot nu. Het verhaal begint in Glasgow, waar op dat moment een industriële crisis zorgt voor veel werkeloosheid. Toch ontkiemt het eerste zaadje van wat later de Simple Minds zou worden. In de documentaire zie je naast de mannen van de Simple Minds ook andere muzikanten uit die tijd, veel archiefmateriaal en hoor je héél veel goede muziek.
Ontstaan van de band
Zanger Jim Kerr en gitarist/songwriter Charlie Burchill groeien allebei op in dezelfde nieuwe, moderne wijk in Glasgow. Jim vertelt dat hij graag bij de mensen die muziek maakten wilde zijn, maar hij stond dan bescheiden in de hoek te kijken. Op een avond ‘’met iets te veel cider op’’, werd er aan hem gevraagd waarom hij niet gewoon ging zingen. Ze begonnen een punkband, die later de Simple Minds zou worden. In de eerste interviews met de mannen – toen ze een jaar of 18 waren – zeiden ze al dat ze van de muziek wilden leven. Het zelfvertrouwen droop ervan af. ‘’We zijn te goed om te negeren.’’

Eerste albums, eerste successen
In Glasgow waren ze vrij snel een begrip. Een tijd lang waren ze de huisband van een café en al snel stond er elke week een rij als zij een optreden verzorgden. Ze sleepten een platendeal binnen en konden hun eerste album gaan opnemen. Toen ze de mixen van dat album terug hoorden, waren zij er zelf niet blij mee. Ze vonden het te gelikt klinken, maar het platenlabel wilde commercieel succes. Een half jaar na die eerste plaat, kwam de tweede al uit. Daarop was te horen dat ze zich verzetten tegen dat gelikte: ze maakten het expres experimenteler, met onregelmatige maatsoorten erin verstopt. ‘’Hoe gekker, hoe beter.’’ Toen begon het te schuren tussen de band en het platenlabel. Na het derde album besloten ze te breken met de platenmaatschappij en in zee te gaan met een nieuw label: Virgin Records. Ze werden aan een nieuwe producer gekoppeld en dat gaf zoveel inspiratie in de studio, dat ze twee albums tegelijk uitbrachten. Daar stond ook Lovesong op, waarmee ze voor het eerst de hitlijsten haalden.
Don’t You (Forget About Me)
En toen wilden ze in Amerika doorbreken. Zanger Jim vertelt dat het een koude kermis was: ze waren grote podia gewend in Europa en ineens stonden ze weer in een kroeg op te treden. Ze gingen in zee met een Amerikaanse platenmaatschappij en die wilde graag een radio hit. Ze kregen het voorstel de titelsong van de film The Breakfast Club in te spelen, het nummer lag al klaar. Ze waren zelf helemaal niet weg van het nummer, dus wilden vriendelijk bedanken voor de eer. Toen het platenlabel aandrong, besloten ze het toch maar een kans te geven. In de studio ontstond per ongeluk het intro tijdens het soundchecken (de gitaarakkoorden met slechts de tekst ‘hey hey hey hey’). En toen drummer Mel zijn iconische break speelde en zanger Jim meewilde in de hype, zong hij ‘lalalalala…’, wat ook een van de bekendste delen van het nummer is geworden. Don’t You (Forget About Me) werd een nummer 1 hit in verschillende landen wereldwijd en was zo hun definitieve doorbraak.




