Tip van Alma Mathijsen
Op de planken: De urgentie van Sabina Lukovic
Tijdens Into the Great Wide Open op Vlieland zag ik Sabina Lukovic optreden op een podium tussen de bomen. Het stuk dat ze wilde voorlezen was de nacht ervoor plotseling uit haar vingers gekomen. Ze moest het opschrijven. Die urgentie is haast tastbaar wanneer ik luister naar deze spoken word artiest.

Het gedicht heette Ik denk aan Anne Faber. Daarin vraagt Lukovic zich af waarom ze de namen van bruine meisjes die verkracht en vermoord zijn niet kent. Het is een keiharde tekst die ik dagenlang over het eiland met me mee heb getrokken. Nu kijk ik naar haar op beeld bij Op de planken. Hier vertelt Lukovic wat haar drijft:
‘Woede is iets wat vaak niet mag. Het is vaak een emotie die we een beetje moeten wegmoffelen, waar we niet over moeten praten of die we vooral niet te veel moeten laten zien. Iets wat een beetje achter gesloten deuren gebeurt. Ik heb expliciet besloten om dat vooral niet te doen en mezelf echt kenbaar te maken.’
Tussen het interview door loopt ze naar een ruimte vol lessenaars die ze niet gebruikt. De tekst dreunt naar buiten. Alsof alle aankleding, alle muziek, alle opvulling is weggevallen en slechts haar woorden overblijven. Ook die zijn gestript van emotie, heel soms kruipt er iets naar boven, de noodzaak is aanwezig als een kloppend hart maar wordt nooit aangezet. Juist dat trekt me zo aan in de gedichten van Lukovic: de kaalheid ervan. Ze pelt alle lagen af en toont ons de kern. Ze geeft het probleem als het ware terug en zegt: kijk maar, nog beter, je moet nog beter kijken. Daar waar mensen hun blik afwenden, dwingt Lukovic ons juist beter te kijken.





