Tip van Pieteke Dik

‘’Toen ik ging poppenspelen, kwam het toch nog goed met mijn leven’’

Servaes Nelissen is theatermaker en poppenspeler. In zijn voorstellingen gebruikt hij vaak poppen als tegenspelers, die hij dus zelf speelt. Een heel unieke theatervorm, dus wij gingen langs bij zijn voorstelling Steeds Lichter tijdens de feestelijke heropening van Theater De Verbeelding in Purmerend. Na de voorstelling spraken we Servaes, over hoe hij poppenspeler is geworden en hoe dat dan in de praktijk precies werkt. 

een foto van Servaes met zijn pop. Servaes zit rechts, met een zwart overhemd en een bril en grijs haar. Naast hem zit een pop van een oude vrouw, met ook een bril en bubbeltjesplastic als haar. Ze zitten achter een tafel waar ook een theepot en kopjes op staan.
Foto: Pieteke Dik/NPO Cultuur

Hoe word je poppenspeler? Wilde je dat altijd al worden?

Ik begon vrij laat met poppenspelen, want ik wist nooit zo goed wat ik wilde worden vroeger. Mijn vader was poppenspeler, maar ik dacht: dat kan ik beter niet gaan doen. Ik zag al de frustraties van mijn vader. Pas later, op mijn 27ste, begon toch het bloed te kruipen waar het niet gaan kan. Toen ben ik met poppenspeler Theo Terra een jeugdvoorstelling gaan maken. Met die voorstelling wonnen we toen De Hans Snoekprijs, de prijs die tegenwoordig De Gouden Krekel heet, voor Beste Jeugdtheatervoorstelling. Toen ging het eigenlijk gelijk een beetje lopen met mijn carrière. 

Zat het toch in de genen dan? Het poppenspelen?

Nou ik moest in het begin een keer auditie doen en toen zei Frits Vogels - dat was destijds de grote mimograaf van het Grifftheater, een bekende mimetheatergroep - tegen mij ‘Servaes, waar kom jij vandaan? Jij bent een natuurtalent!’  Tot die tijd dacht ik: het wordt helemaal niks met mijn leven. En toen kwam het toch nog goed allemaal.

Een foto van Servaes de poppenspeler met zijn moeder. Ze staan en dansen, de pop is een stuk kleiner dan Servaes. Servaes kijkt lachend naar beneden.
Foto: Pieteke Dik/NPO Cultuur

Je begon dus in het jeugdtheater, maar nu maak je vooral voorstellingen voor volwassenen. Hoe is die overstap gegaan?

Ik ben toen dus inderdaad begonnen in het jeugdtheater. Dat heb ik zo'n 15 jaar gedaan, denk ik. Daarna ben ik overgestapt op meer voor volwassenen spelen. Ik heb dat ook wel gecombineerd, jeugdtheater en voor volwassenen. Maar qua verkoop in de theaters merk je dat ze het een duidelijke stempel willen geven.  Toen ben ik op een gegeven moment alleen maar voor volwassenen gaan werken. En daarnaast werk ik ook soms freelance als acteur bij andere groepen.

Wat voor voorstellingen heb je afgelopen tijd zoal gemaakt?

Ja, dat is heel wisselend. Ik heb met een orkest een voorstelling gemaakt. Dat heette De Zus van Frida Kahlo. Dat was met negen topmuzikanten, SeaSession heet dat ensemble. Ik heb ook met een paar jongens een voorstelling gemaakt over een band, een nederpopgroep. Daar gebruikte ik marionetjes en grote poppen, voor de visuals, tijdens de nummers. Ik heb vrij veel solovoorstellingen gemaakt. Ik denk een stuk of 12 zeker wel.

Eigenlijk moet ik er binnenkort weer even een overzicht van maken, ook voor op mijn eigen website, haha!  Dan ga ik zien wat ik eigenlijk allemaal gedaan heb de afgelopen jaren, want ik ben al bijna 40 jaar bezig.

Een foto van Servaes en de pop van zijn moeder achter een tafel. Ze zitten en kijken naar elkaar. Op tafel staat een zilvere, glimmende theepot. Servaes heeft een kopje in zijn hand.
Foto: Pieteke Dik/NPO Cultuur

Als je een solovoorstelling maakt, is dat dan altijd met een pop erbij?

Nou, niet altijd, maar vaak wel. Ik vind het het leukste en het meest voor de hand liggende om poppen te gebruiken in een voorstelling als ik solo speel. Want dan is de pop die extra stem of het alter ego.Of in het geval van deze voorstelling Steeds Lichter, mijn moeder. Dan is het ook heel logisch dat je een pop gebruikt. In feite is zij dood, dus als je een pop gebruikt, is ze gelijk ook een soort geest. Ik denk dat het zelfs beter is om een pop te gebruiken in dit geval. Mooier dan een actrice die dan eigenlijk dood moet spelen? Maar er wel is? Dat zou heel onduidelijk worden. 

Hoe kwam deze voorstelling 'Steeds Lichter' tot stand?

Deze voorstelling heb ik gemaakt met een jonge regisseuse, Eva Goudsmit. Zij kwam naar mij toe en zei ‘Ik wil een voorstelling maken over de relatie van mijn Joodse vader met zijn Joodse moeder. Mijn vader is enig kind en ik wil een voorstelling maken over die verstrengelde relatie tussen moeder en zoon.’ Dat is heel mooi vorm te geven met een pop en een poppenspeler, want ik kom letterlijk niet van mijn moeder af. We zitten aan elkaar vast. In dit stuk is Israël en Gaza ook een thema. De zoon vraagt steeds aan de moeder hoe zij daarover denkt, omdat ik ook dacht ‘joh je zal maar Joods zijn nu en dan de hele tijd die vraag krijgen’. Het is dus eigenlijk ook een heel actuele voorstelling geworden. 

Maak je de poppen zelf?

Ja, ik maak ze zelf. De pop die ik in deze voorstelling gebruik is eigenlijk begonnen als een soort proefpop. Ik moest gaan repeteren en heel last-minute had ik even een pop in elkaar gezet met wat proppen papier en tape. Zo vormde ik haar gezicht en ik deed haar een brilletje op. Het haar maakte ik even snel van bubbeltjesplastic. Eigenlijk dacht ik dus dat ik haar alleen voor de repetities zou gebruiken, maar de pop was gewoon goed. Sommige poppenspelers geven hun poppen van die echte ogen, maar dat doe ik liever niet. Bij deze pop zie je goed dat haar ogen eigenlijk gaten zijn, dat is veel suggestiever. Dan kan ze overal naar kijken, in plaats van zo’n enge blik alleen recht vooruit. Met van die echte ogen vind ik de pop veel minder levendig. 

Een foto van de pop. Het is een oude vrouw met een bleke huid, bril en bubbeltjesplastic als haar. Ze heeft een bloemenjurkje aan en haar hand zit aan een theekopje met oranje en bruine strepen. Ze is van een papierachtig materiaal gemaakt.
Foto: Pieteke Dik/NPO Cultuur

Kan je iets meer uitleggen over hoe het poppenspelen in z’n werk gaat?

Je speelt eigenlijk twee rollen. Als je zelf bezig bent, dan weet je dat het andere personage, de pop, gewoon zal luisteren naar jou. En dan reageert op wat jij zegt. Of niet. En als de pop aan het praten is, dan geef ik de pop de focus. Dan kijk ik zelf ook naar de pop, om daar de aandacht naar te verleggen. Dan ben ik ook vaak afgewend met mijn gezicht, om een beetje te vermommen dat ik praat, hoewel ik daar niet te moeilijk over doe. Het publiek heeft in de eerste minuten door dat ik praat, dus dan accepteer je dat gewoon als gegeven. Dan word je meegenomen in de magie. Bij buiksprekers gaan mensen toch de hele tijd zitten kijken of ze niet toch iets zien bewegen, ik denk dat dat eigenlijk veel meer afleidt dan hoe ik het doe. Bij mij gaat het publiek snel mee in de illusie die je oproept.

En het bewegen van de pop? Ik zie dat je maar met één hand de pop vasthoudt.

Ja, verder moet je heel spaarzaam zijn met bewegen. Beginnende poppenspelers gaan vaak heel erg overdreven veel bewegen. Zeker bij een oude dame als mijn moeder, die al over de honderd is, moet je toch een beetje rustig bewegen. En de tijd ervoor nemen. Hoe subtieler de beweging die je maakt, hoe geloofwaardiger het is. Ook het spreken zie ik vaak misgaan bij beginnende poppenspelers. Het wordt snel een soort happen in de lucht, terwijl het eigenlijk andersom is, je doet je mond open als er geluid uit komt. Dat is nog een hele kunst om onder de knie te krijgen. Ook de mond moet je trouwens niet te ver opendoen, alleen als je de pop echt wil laten schreeuwen bijvoorbeeld. 

Wil je Servaes en de pop die zijn moeder voorstelt zien bewegen? Neem dan via deze link een kijkje op onze Instagram pagina (@npocultuur), om bewegend beeld te zien bij het interview. Servaes was eerder te gast bij Opium (AVROTROS) over zijn eerdere voorstelling De Zus van Frida Kahlo. Dat gesprek luister je hier terug. 

‘’Toen ik ging poppenspelen, kwam het toch nog goed met mijn leven’’

Meer NPO Cultuur