Tip van Alma Mathijsen
Goed Verhaal: Een gloednieuw boekenprogramma met uitsluitend non-fictie
Sommige clichés moeten in stand worden gehouden, of zelfs bejubeld. Bij ieder nieuw boekenprogramma wrijf ik in mijn handen. Er wordt al zo weinig televisie over literatuur gemaakt. Zoveel cultuur wordt juist wegbezuinigd, maar dat dit idee erdoor is gekomen mag gerust een godswonder genoemd worden.

Erik Dijkstra gaat uitsluitend op pad met non-fictie schrijvers in het programma Goed Verhaal. Altijd wanneer ik hem zie verschijnen het zwarte pak met de rode stropdas als vanzelf; zijn tenue toen hij nog als jakhals opereerde bij De Wereld Draait Door. Zelfs zijn strakke leren jas kan dat beeld niet doen vervagen.
Van alle afleveringen bleef me één verhaal me het meeste bij. Even twijfelde ik haast of ik naar een parodie aan het kijken was, de clichés vlogen me om de oren en ze gingen veel verder dan me gezond leek. Samen met oud-forensisch-rechercheur John Pel loopt Dijkstra over het strand.
‘Is dit een belangrijke plek voor jou, John?’
‘Voor mij een heel belangrijke plek,’ antwoord Pel met een zwaar Amsterdams accent, ‘hier heb ik in mijn mindere periode, zeg maar, de P die zijn kop opstak, dan heb ik hier al per dag zeker wel tien kilometer gelopen, gewandeld.’
Met de P bedoelt Pel PTSS, die hij heeft gekregen na jarenlang gewerkt te hebben in de meest gruwelijke situaties. Van MH17 tot aan de schietpartij in Alphen aan den Rijn. Die laatste plek wil Dijkstra met Pel bezoeken, ook al is hij daar nooit naar toe terug gegaan sinds die dag in 2011 toen zeven mensen werden vermoord door een man met een psychische stoornis. Het is bewonderenswaardig hoe open Pel spreekt over zijn verleden en de cultuur binnen de politie:
‘De eerste liquidatie die ik had, had op mij heel veel impact gemaakt. Dus ik vertel dat het op mij heel wat impact heeft gehad. Ja, begon gewoon de hele briefingsruimte, een man of twintig, begon te zingen: Maar een man mag niet huilen.’
Ik raak gefascineerd door de man die zo kalm vertelt over de afschuwelijkheden die hij heeft meegemaakt. Meerdere keren benadrukt hij dat zijn hartslag nu wel echt heel hoog is opgelopen, toch blijft hij stoïcijns vertellen, alsof zijn bloed niet met 140 slagen per minuut door zijn aderen wordt gepompt. Daarnaast beschikt Pel over een uitmuntende komische timing. Soms twijfel ik haast of hij niet gespeeld wordt door Ton Kas.
‘Heb je wel eens een been opgetild?’ vraagt Pel wederom op uiterst kalme toon, alsof hij vraagt of Dijkstra wel eens op tennis heeft gezeten.
Ik kan niet anders zeggen dan: kijk naar deze man. Of nog beter lees zijn boek Sporen liegen niet. Clichématiger kan haast niet, maar in dit geval is dat juist, ik ben zelf inmiddels ook om: een schot in de roos.





